skip to content

Sensorische Informatieverwerking 

Dagelijks hebben we te maken met prikkels die via de zintuigen naar de hersenen gaan en daar verwerkt worden. De verschillende zintuigen zijn:

  • horen
  • zien
  • voelen
  • smaak
  • geur
  • vestibulair (evenwicht)
  • proprioceptie (positie zintuig, in spieren, gewrichten en pezen)

 

Sensorische informatieverwerking (afgekort SI)

Het verwerken van deze zintuiglijke prikkels heet sensorische informatieverwerking (afgekort SI). Sensorisch informatie helpt ons ons eigen lichaam en de wereld om ons heen te begrijpen. De zintuigen laten ons weten hoe de vorm en positie van ons lichaam en de delen ervan is, hoe ons lichaam voelt en beweegt, hoe dingen in en rond onze mond voelen en smaken, hoe iets ruikt en hoe iets eruit ziet.

De zintuiglijke prikkels

De zintuiglijke prikkels worden naar de hersenen gestuurd en worden daar verwerkt. De hersenen werken op basis van drempels. Wanneer een drempel laag is betekent dit dat de hersenen de input snel opmerken. Wanneer een drempel hoog is betekent dit dat de hersenen meer tijd nodig hebben om voldoende input te verzamelen om dan in actie te komen.

 

Lage drempel = sensorisch prikkels worden snel waar genomen en verwerkt.
(je bent oplettender en waakzamer dan anderen)

Hoge drempel = meer sensorische prikkels nodig om waar te nemen wat er gaande is.
(je mist vaak dingen die anderen wel opmerken)

 

Onderzoek heeft laten zien dat er 4 verschillende manieren zijn om op prikkels te reageren.   

Hoge drempel

Lage drempel

  • opzoeken van prikkels
     PRIKKELZOEKER
 
  • gebrekkige registratie van prikkels

     TOESCHOUWER

  • gevoelig voor prikkels
     SENSOR
 
  • vermijden van prikkels
     VERMIJDER

 

 

 

 

 

 

 

Prikkelzoeker: prikkelzoekers zijn actief, vaak onrustig, prikkelbaar en voortdurend bij hun omgeving betrokken. Zij zijn actief op zoek naar prikkels en hebben dan ook baat bij prikkelrijke activiteiten. Het soort prikkels waar behoefte aan is, zijn de prikkels die zelf op gezocht worden.

 

Toeschouwer: een toeschouwer komt vaak ongeinteresseerd over, laat teruggetrokken gedrag zien en oogt oververmoeid. Er wordt rustig en passief gereageerd op aangeboden prikkels. Het energieniveau en alertheid is laag. Een toeschouwer is passief en gaat uit zichzelf niet op zoek naar prikkels. De toeschouwer heeft een intensief aanbod van prikkels nodig om de prikkels goed te kunnen opmerken.

 

Sensor: een sensor is gevoelig voor prikkels en daardoor snel afgeleid. Door het moeilijk kunnen filteren van de aanwezige prikkels is het voor een sensor moeilijk om zich te concentreren om een taak te volbrengen. Het is belangrijk dat de sensor de juiste afstemming van prikkels aangeboden krijgt. Alleen het wegnemen van de prikkels is onvoldoende. Ook sensors hebben prikkels nodig, maar alleen prikkels die wel goed verwerkt kunnen worden. Sensors werken het liefst in een rustige omgeving.

 

Vermijder: een vermijder ontloopt prikkels, houdt van starre rituelen en verzet zich tegen verandering. Dit is een manier om controle te houden over de binnenkomende prikkels. Een vermijder beperkt zich tot de gebeurtenissen die vertrouwd zijn met bekende prikkels. Er zijn verschillende manieren om prikkels te vermijden bv: handen voor de oren houden, bepaalde materialen niet willen aanraken, ontwijken van lichamelijk contact, op de tenen lopen, wegkijken bij direct oogcontact e.d. Een vermijder is gebaat bij een omgeving waar rekening is gehouden met de prikkels waar de vermijder moeite mee heeft.

 

Het creëren van een sensorisch waardevolle omgeving en het aanbieden van de juiste prikkelbehoefte zal zowel de prikkelzoeker, de vermijder, de sensor en de toeschouwer helpen beter te functioneren.

 


ENKINEO.NL | Copyright 2013 | Hosting & Webdesign : ERC-Automatisering.nl | Teksten: Helen van der Pol